Ten slotte!
26 juli 2009, Santiago
Hoi allemaal,
het is alweer een tijd geleden dus de mail is weer huge, als je geen
zin hebt om te lezen kan ik het komende week ook gewoon even komen
vertellen!! jaja! Goed, ik was gebleven in sucre hah..
Na een dag in lekker en volslagen richtingloos in Sucre te hebben rond
gewandeld, besloot ik naar Tarabuco te gaan, een klein dorpje in de
buurt. In de micro (klein busje met veel spullen op het dak en
vanbinnen volgeplakt met stickertjes) kwam ik drie Franse
ontwikkelingsvrijwilligers tegen, die in Potosi in een kinderopvang
werkten. We hingen wat rond in het dorp en reisden ´s avonds samen af
naar Potosi, leuke stad is dat. De volgende dag ging ik mee naar hun
project. De kinderen waren voor zover ik begreep de kinderen van
mijnwerkers, die overdag niet op hun kroost kunnen letten omdat ze dan
in een mijn met een grote bal cocabladeren in hun wangzak een fles pure
alcohol staan te downen, om te kunnen vergeten dat ze dat aan het doen
zijn.
De kinderen waren superlief. Ze pakken meteen je hand vast,
laten je dingen zien, ze klimmen bij je op schoot en willen je naam
weten, en als dan blijkt dat je nauwelijks Spaans spreekt, proberen ze
je de dagen van de week te aan te leren en de namen van de dieren.
Met de oudere jongens voetbalden we, wat ze allemaal tamelijk vet
vonden omdat de meisjes hier over het algemeen basketbal spelen.
Voetballen op 4000 meter hoogte is echt een andere sport. Na twee
minuten begin je te piepen en nog ietsje later constateer je met je
handen op je knieen dat er een onnodig straaltje speeksel uit je
mondhoek is gaan sijpelen, maar daarna heb je het ergste gehad en gaat
het wel weer. Vooral als je graag wil demonstreren dat meisjes bést wel
kunnen voetballen.
Het hostel van de fransen zat helaas al vol, dus daar crashte ik maar
met een matje op de grond in een van de dorms, want uit een hostel dat
´the koala den´ heet, is het nou eenmaal moeilijk om te vertrekken.
In
Uyuni heb ik me voor het eerst bij de hardcore toeristen geschikt; die
met de telescopische camera´s en de lichtgewicht handdoekjes en de
waterfilters die met een slangetje vanuit hun rugzak hun mond in voeren
om zo elke onverhoopte oprisping van dehydratatie onmiddelijk de kop in
te drukken. Ik nam een tour. Jawel, ik ben naar een touroffice gegaan,
luisterde naar het aanbod, ik ging accoord en stond mijn geld af. En
zo.. met z´n vijven in een Jeep, stop hier, foto´s taken daar,
`amigo´s, we have 15 minutesss´, bezichtiging zouthotel, I couldn´t
care less. Ik bedoel, de zoutvlaktes waren prachtig en surrealistisch
en er was een bijna ongeloofwaardig eiland dat volgepakt was met 3
meter hoge cactussen ergens randomly in het midden van de vlakte, maar
dit was toch duidelijk niet mijn stijl. Ik besloot de zelfde avond nog
verder te reizen, de trein was helaas al uitverkocht.
Wat toen volgde, was een 10 uur durende busrit from hell. Het voelde
alsof ik in een epileptische diepvries-Jeep zat die op houten wielen
een gigantisch pindarotsje probeerde te bedwingen (Nee, ik voelde
inderdaad al niet al te best toen ik instapte..) Als ik mijn hoofd
tegen de stoel legde, was ik bang dat er van binnen allerlei cruciale
verbindingen lostrilden. Om mijn voeten in te pakken met mijn wanten,
muts en tas, had ik mijn schoenen vrijgelaten op de vloer, waarop die
inderdaad hun eigen leven begonnen te leiden en vrijwel onmiddelijk
allebei naar een ander uiteinde van de bus drilden. En ik maar denken
dat de dingen langzamer trillen in de kou.. Om 6 uur ´s ochtends
strompelde ik het eerste de beste hostel in Villazon in en toen ik niet
veel later nog een beetje onvast in bed lag, had ik psychadelische en
weinig fijnzinnige dromen over vanalles dat los zat. Eigenlijk gewoon
een voortzetting van de busrit. Zelfs de dag erna had ik nog de
grootste moeite om naar bewegende dingen te kijken, het zachte
flikkeren van het computerscherm was al kantjeboord. In Villazon was
verder weinig te beleven, eigenlijk was de enige functie van het stadje
om de grens van het land te zijn.
Het
noorden van Argentinie is verschrikkelijk mooi, de lonely planet zou er
hoogstwaarschijnlijk iets 'stunning scerery'-achtigs van maken. De
bergen zijn voorzien van aardlagen met alle kleuren van de regenboog en
zien eruit alsof ze net uit de aardbol zijn gebroken, bijna knapperig.
Een van de dorpjes in de omgeving is Purmamarca (waarschijnlijk getipt
in Argentie's Quote tweeduizend want er liepen echt heel veel ziedend
rijke mensen rond). Met een paar mensen uit mijn aandoenlijke hostel,
dat 8 bedden telde, zijn we na een uitgebreide jamsessie in het
toilethuisje (goeie akoestiek!) de muziek in het dorp op gaan zoeken.
En dat was er te over. Met panfluiten en minigitaartjes (-hoe heten die
dingen ook al weer) enzo, heel erg tof. Van een local op leeftijd heb
ik min of meer geleerd om op z´n locals te dansen. Het deed stiekem
een beetje denken een indianendansje wat je met alle liefde aan
veertig klierende kleuters (met lollies die naadloos over gaan in
snottebel) aan zou willen leren.. maar het is ook weer zo racistisch en
niet cultureel-verantwoord om dat ook daadwerkelijk op te schrijven.
Met
nog maar een week te gaan begon ik de druk van de terugkeerdatum steeds
meer te voelen, en met te veel plannen en te weinig tijd ben ik maar
een beetje roekeloos door het land gaan jakkeren. Het is zo zonde om op
zulke fijne plaatsen als Purmamarca maar een nacht te kunnen blijven.
Met tijdslimitien gaat en staat de vrijheid die je al reizende hebt
gevonden. Ergens te kunnen blijven tot je een goed moment hebt gevonden
om te gaan, en waar je heen gaat, dat hangt af weer van dat moment, en
niet van een route die je hoe dan ook moet afleggen. Ook in Salta had
ik met gemak veel en veel langer kunnen blijven dan de twee nachten die
ik er doorbracht. Dat had misschien ook wat te maken met de twee Ieren
uit mijn hostel, met wie het supergoed klikte en wat twee volle nachten
dansen betekende. Toch raasde ik verder naar Buenos Aires, ook wel
Porcina Ville, Matelandia. Er lopen daar echt belachelijk veel mooie
mensen rond trouwens. De helft van een Bairese supermarkt bestaat uit
alle mogelijke soorten Dulche de Leche en de andere helft uit dingen
waarin het verwerkt is, en dan is er nog een aparte mate-sectie en een
slagerij. En in alle straten staan hele hoge bomen, supernice. In
Buenos Aires bleef ik trouwens logeren bij Lile, die ik een maand
eerder in San Pedro de Atacama ontmoette. Zo een sympatieke gast is
dat, het was echt goed om hem weer terug te zien. En lieve lezers, ik
heb geen flu en ik hoef niet in quarantaine en ook
niet naar het mortuarium, is dat niet fijn. Valt best mee hoor, met die
griep.
Wel ben ik bijna overvallen, over gevaarlijke zaken gesproken. Bijna,
want na een standaardprocedure van dreigen, aankijken zonder knipperen,
herhaaldelijke verzoeken om 'money' in gebroken engels, op een
vermeende gun in een vermeende binnenzak wijzen, een gemeen handgemeen,
een lelijke duw en een greep naar mijn kraag, verzuimde ik alsnog mijn
geld in te leveren. Ik had toch niet echt iets zinnigs bij me, maar ik
voelde er niet zoveel voor om het te delen als het op zo'n manier
moest. Dus heb ik de jongen, die niet veel ouder kon zijn dan ikzelf,
hardhandig van me af geduwd en ben ik een zijstraat in gerend.
Maarfijn, na een opnieuw veel te korte tijd reisde ik van Buenos Aires
terug naar Santiago. De host van de bus (ik kan hem niet anders noemen)
was een beetje vreemd maar wel geinig; om te beginnnen liet hij de hele
bus tegelijk ´buenos dias´ tegen hem zeggen, hij verlootte flessen
sterke drank en kwam elk kwartier vragen of je thee wilde of misschien
een bekertje pisco. Hij was een soort verknipte meester.
Allright, dit is zo het einde de allerlaatste e-mail, vanuit het hostel
in Santiago waar ik ook aankwam. Het is juli en ik ben net terug van
een hele dag snowboarden in de Andes, en dat vind ik best wel tof
klinken ja. Het is wel koud hier, duidelijk kouder dan toen ik twee
maanden gelden aankwam. Ik draag tegenwoordig bijna een complete alpaca
( de zuidamerikaanse interpretatie van een schaap). Pink Floyd is echt
mijn hele reis overal op blijven duiken. En morgen neem ik het
vliegtuig ... naar huis.
Hasta la pasta!
ps1 pasta betekent ´crack´ in chili.. misschien moeten we de vpro even informeren.
ps2. een chileen schrijft ´kjakjakjakjakjakjakjaj!´ als hij op internet probeert uit te drukken dat hij lacht
Van La Paz naar Sucre
anita gringita
30 juni 2009
Oke wild volk,
jullie hebben wel weer lang genoeg gewacht :)
Wat
ik nu ga schrijven zou een beetje onsamenhangend over kunnen komen, met
de reden dat het ook allemaal nogal onsamenhangend was. Ik zal het
entoenentoenentoen-gehalte zo veel mogelijk proberen te maskeren met
woorden als 'Vervolgens, in een compleet andere situatie..' of 'Hoewel
het volgende er in het geheel niets mee te maken heeft, is het niet
onbelangrijk om te vermelden dat..' of '..maar dat had verder geen
invloed op wat dan ook.'
Mijn tocht naar Bahia Inglesa had uiteindelijk toch het
kustplaatsje Caldera als eindbestemming, waar ik met een tsjechische
wandelvrouw met lange grijze vlechten een heel guesthuis deelde. Het
was mooi, maar er was niet zoveel te beleven dus. Gelukkig kwam ik op
straat een paar reizigers zonder geld tegen: de uruguese rasta Maoro en
chileman Pelado (dat betekent kale. Ik noemde ze allebei rasta's), die
hun tijd voornamelijk besteedden aan het imiteren van elkaars idiote
spaanse accent, en een koppel wiens namen ik ben vergeten. Reizigers
zonder geld vind ik over het algemeen tamelijk briljante mensen. Gewoon
gaan, tent, liften, beetje geld verdienen met dingen verkopen, muziek
maken, geen doel en geen deadline. Dus dat was toch nog heel gezellig.
Na twee dagen wilde ik alsnog een kijk nemen in Bahia Inglesa, en dus
ging ik daar heen per collectivo (shared cab). En ik zag: een klein,
duur, supertoeristisch, maar leeg dorp. Overigens met een kustlijn die
meer leek op een dridimesionale ansichtkaart en dus absoluut het turen
waard was. Dus dat deed ik. Turen. En na circa twee minuten turen en
bedenken of ik hier wel wilde blijven, werd ik geadopteerd door een
oude rasta met dreads van minstens een meter, die onder zijn jas
uitkwamen als hij die aantrok. Hij sprak nauwelijks engels, maar dat
hoeft ook niet per se als je tekst 'mi casa es su casa' is en dat de
betreffende casa dan een groot huis blijkt te zijn met de hele dag lang
reggae en uitgebreid buitenverblijf voor als de zomer te warm is. Hij
was zelf de hele dag aan het werk en kwam af en toe terug in zijn pauze
om mij te voederen met personeelseten en om koppen thee voor me te
zetten.
De volgende dag nam ik de bus naar Antofagasta, als tussenstop opweg
naar San Pedro de Atacama. In de Tourbussen worden in alle vrede films
over brandende auto's en stervende mensen vertoond, en zo hard dat de
battle van ipod vs. blockbuster helaas tot gegarandeerd verlies leidt.
Maargoed, daar aangekomen werd ik opgewacht door een Jorge, een zeer
sympathieke rastadude, bij wie ik ging couchsurfen die avond (grote
rastadichtheid ja..). In grote lijnen kwam dat neer op veel wiet en
veel mate, wat trouwens echt een briljante combinatie is. Antofagasta
bleek alleen een nogal stomme stad te zijn dus daar heb ik niet te veel
energie aan besteed, en zo vervolgden we de weg samen naar San Pedro,
want het toeval wilde namelijk graag dat hij precies op dezelfde dag
een vakantie met twee vrienden in San Pedro had gepland. In de bus
kwamen we Emily tegen, en hoewel Emily en ik in een ander hostel
sliepen dan Jorge ('Forgito' in de volksmond, 'forge' betekent iets van
'to roll'), Cesar en Lile, zijn we de hele week lang met elkaar
opgetrokken en samen hebben we een 4x4 car gehuurd (zo'n ding dat dwars
door rivieren en over de rotsen kan rijden met een grote wolk zand
achter je aan en waar je dan uiteindelijk toch intact weer uitkomt). In
San Pedro is elk huis dat geen
restaurant, hostel of souveniershop is, zeer zeker een touroffice. Wij
hadden onze eigen tours, cruiseden dwars door de woestijn met echt de
meest waanzinnige en surrealistische plekken, met llama's en alpaca's
en geisers en zoutmeren met flamengo's. We reden en reden naar een
mooie plek voor de zonsondergang en probeerden daarna snel de berg op
te rijden om hem nog een keer te zien. En klassiek als het mag zijn,
waren onze camera's leeg en onze rolletjes vol op de meest gestoord
mooie plekken in de natuur.
En de verdere gang van zaken in San Pedro.. doorsnee hosteltaferelen
waren vuur maken in de common room zonder buitendeur en meegalmen met
reggaeklassiekers waarbij de helft van de woorden door 'ganja' werd
vervangen om de niet-engelssprekenden enigszins tegemoet te komen, met
in de ene hand een broodje spagetti en in de andere hand een pak wijn.
Ook Maoro, het urugweese rastavriendje die ik in Caldera had opgelopen,
was inmiddels in San Pedro aangekomen, maar op een of andere manier is
het vreemd om mensen terug te zien in een andere omgeving, ookal was
het zo kort geleden. Dat was dus een paar dagen heel vreemd. En na
ongeveer twee uur lang ruziemaken over de vraag in hoeverre ik een
decadente toerist was, begon het allemaal een beetje zinloos te worden
en hebben we maar weer vrede gesloten, een tentje opgezet in een
verlaten huis aan de rand van het dorp met een vuur voor de deur en een
kaarsje in de vensterbank.
Dat was mijn laatste dag in San Pedro, ik wilde namelijk graag verder
naar Uyuni in Bolivia. De bus zou vroeg in de ochtend vanuit Calama
vertrekken, dus ik ging 's avonds alvast daarheen om een kaartje te
kopen en een hostel te zoeken voor de nacht. Maarrrr. Bij de
busterminal bleken er helemaal geen bussen naar Bolivia te gaan. Na
veel onhandig gedoe met een bizarre mix van uiteenlopende talen kwam ik
er achter dat er een andere buscompany was met bussen naar Bolivia.
Collectivo, en daarheen. Maar ook daar geen bussen naar Uyuni.. alleen
een bus naar La Paz die over een minuut zou vertrekken en precies
zoveel kostte als het geld dat ik bij me had.
Dus, lieve jongens en meisjes, de groeten uit La Paz voor nu, ik ben
een beetje high van de height, maar het is hier heerlijk druk,
kleurrijk, etnisch, chaotisch. En precies wat ik zoek.
Take care,
veel liefs,
Hannah
(....cq. anita gringita, cq. hannah ma[n~]ana, cq. la gata lucida)
ps. Ik besef me nu dat jullie na deze mail, van de mensen die ik tegenkwam voornamelijk de hairdo weten..
ps2.
MICHAEL JACKSON???? what happenend?! hij had mysterieus moeten
verdwijnen en er hadden conspiracy theoried gevormd moeten worden en er
had een harde kern moeten zijn die hardnekkig zou blijven beweren dat
he still alive was of anders iets met een overdose!!!!! WAT een
teleurstelling..
the Floydians
Valpara(d)iso
12 juni 2009
Hola chêre gente buenas juntas!
Esto es el tiempo mas alto para enviar uno mensaje nuevo de Chile!
Tot
zo ver de andere taal. Ik ga maar gewoon verder met waar ik gebleven
was. Jullie hoeven natuurlijk niet alles te lezen, je kan ook even mama
bellen om naar de hoogtepunten te informeren.
Santiago is een miljoenenstad en kent een heel groot verschil tussen
arm en rijk, van sloppen aan het ene uiteinde van de metrolijn tot de
meest idiote villa´s aan de andere kant ervan. Alleen de straathonden
worden er niet mooier of actiever op, en ook niet intelligenter. In de
stad zelf heb ik weinig bijzonders gedaan; hoofdzakelijk ben ik
urenlang bezig geweest om mijn zwak-existente Spaans tegen onschuldige
straatverkopers aan te botvieren. Dat was leuk. En ook heb ik veel
rondgelopen, geslapen op de verkeerde tijdstippen en gekookt met de
hostelstaff op de verkeerde tijdstippen.
De dag voordat ik uit Santiago vertrok had ik afgesproken met Iris,
een heel tof meisje dat in Santiago studeert en tevens de oude oppas is
van mijn oppaskindertjes, die nu helaas weer een nieuwe moeten omdat al
hun oppassen voortdurend maar naar zuidamerika vertrekken. Met haar
vriend en nog wat vrienden zijn we naar een hele mooie plek buiten
Santiago gereden om te barbecuen en te voetballen tussen de cactussen
tot de zon onderging. En als de zon weg is, wordt het koud. Een ander
soort koud dan in Nederland, kou die om je botten slaat, elke minuut
intenser. En de kou had ook het hostel in zijn greep. Kennelijk hechten
chilenen veel waarde aan de onbedoelde ventilatiegaten overal, en houden ze met liefde intstand.. het hostel
was lek. En het hostel was al jaren lek en het was er al jaren ijskoud
in de winter. Maar het was er wel heel fijn en sfeervol.
Daarna ben ik met de bus naar Valparaiso gereden en sindsdien couchsurf
ik bij Dan, een superaardige natieveling die zijn bed onder hevig doch
zinloos protest van mijn kant heeft afgestaan en nu zelf op de bank
slaapt. Ook Ara, armeense vegimiteverslaafde Australier die vroeger een
saxofoon wilde worden als hij later groot was en al chiropraktiserend
mijn rug bijna doormidden brak, logeert hier al een paar dagen. Het is
dus heel gezellig, het huis valt bijna uitelkaar en er is geen enkel
raam dat dicht kan en geen enkele trede die even groot is als een
andere, maar er staat nonstop pink floyd op (Dan`s obsessie, en dat is
inclusief al die totaal verleipte experimentele albums) en er is
zelfgemaakte pizza en het chileense elftal dat zowel tegen de
bolivianen als tegen de hollanders heeft gewonnen (godzijdank ook dat
laatste, anders had ik die nacht op de bank buiten moeten slapen en die
zou in Nederland doorgaan onder de term ´springveer´). Eergister ben ik
met Dan naar Quintay gebust, dat ligt ook aan de oceaan. Voeger werden
de walvissen die gevangen waren daar binnengesleept en verder
´geprocessed´, dus vroeger zag de hele baai rood van het bloed. Er hing
daardoor een hele vreemde sfeer, maar het was wel heel tof om in een
niet-toeristisch dorp te zijn en over de rotsen te klimmen. Ook een
niet te versmaden zonsondergang trouwens.
Er zijn een paar dingen die ik nog absoluut moet vertellen over
Valparaiso. Ten eerste dat er wordt gereden als gekken. Nee maar gewoon
echt gestoord, ook rustig zonder gordel enzo. Dat geldt ook voor de
bussen. Die worden niet door de company betaald maar rechtstreeks door
de passagiers, dus die scheuren elkaar voorbij om als eerste bij de
bushalte te zijn en de passagiers weg te kapen vóór de ander dat
doet... althans, dat was een keer zo. Wat wel leuk is, is dat elke
busdriver zijn eigen bus heeft en er zij eigen plek van maakt, met
stickers van de heilige maagd maria en van de tazmanian devil en wat
plastic bloemetjes. Snachts schijnt er een hardrockbus rond te rijden
die van blacklight en keiharde rockklassiekers is voorzien.
De stad zelf is echt prachtig, die bestaat voornamelijk uit verf en
golfplaat (en honden). Alles is tegen de heuvels opgebouwd dus de stad
barst van de miniscule trappetjes met planten, katten, overvliegdende
pelikanen, uitzicht over el pacifico en de meest waanzinnige
graffities. Ik was vergeten dat er in zuid-amerika ook creatieve en
opstandige mensen kunnen wonen. Echt alles is beschilderd en niets doet
het zoals het ooit bedoeld was, dit hele land steekt in elkaar met
provisorische oplossingen, wat ik natuurlijk heel heerlijk vind. Alles
begint ook pas om een uur of 2, half 3, wat fijn is maar ook wel weer
jammer omdat het om 6 uur echt al donker wordt.
Omdat sommige straten zo stijl zijn, zijn er liften en karretjes die je
de berg op rijden. Verder is het ook zo dat niemand hier te schuw is om
een beetje geld te verdienen, met wat dan ook. Zo is er een clown die
de bus instapt en (naar smaak vieze of beledigende) grappen komt
vertellen, in hoog tempo de bus rondgaat met zijn hand op, en dan weer
verdijnt alsof er niets gebeurd is. Ookal is hij echt disturbing
gekleed. Er is een ventje die op een been rond springt met een trommel
op zijn rug, bekkens aan zijn voeten en een fluitje in zijn mond, en
klikt alsof hij een twintigkoppige sambaband is. Er zijn jongleurs bij
de stoplichten, er zijn oude mannetjes die circa 13 chocladerepen uit
de DDR verkopen, er zijn kraampjes met cijfersloten en knieverbanden en
verkleurde lollies. Dat maakt het zo levend hier.
Morgen gaan we met z´n drieen naar Zapallar (daar zijn pinguins!)
en morgenavond ga ik met Dan met de bus naar La Serena en vanaf dan
weer alleen verder naar het noorden. Misschien ga ik toch ook nog naar
Peru, kijken of ik daar weer kan couchsurfen want dat is gewoon
superchill.
Ik ga ook even kijken of ik een site ofzo kan maken voor de foto´s die ik heb gemaakt!
Maargoed. Kortom; vooralsnog ben ik niet gevangen, vastgebonden en/of verhandeld.
Heel veel liefs!!
x Hannah
Het eerste bericht uit chillie
Hola peoples,
5 juni 2009
Hierbij het eerste bericht uit chili, om even door te geven dat ik in minstens nog leef enzo.
Mijn vliegtuig is dus in iedergeval buiten duigen gebleven. Sterker nog, het vliegen was echt heel erg vet. Door de wolken, over de wolken en vanzelf is er een nieuwe horizon die uit nog meer wolken en watdanook-sfeer bestaat, compleet met permanente avondzon. En het vliegtuig dook naar beneden de nacht in en de horizon werd Madrid. Voor zover mijn Spaans toereikend was moest het buiten 36 graden zijn, maar achteraf bedenk ik me dat dat misschien maar 26 had kunnen zijn, of gewoon iets totaal anders. Dit laatste is een korte en alles omvattende anekdote over het het welbevinden van mijn spaans: uitstekend, want het kan voortdurend alle kanten op. Hoe warm het dan ook buiten geweest mag zijn, ik bleef binnen in het koele en toekomstverantwoorde vliegveld om het volgende vliegtuig in te stappen. En daar was alleen maar nacht, de hele vlucht lang. Even van halfrond wisselen maar in het totale donker, van bovenaf en van onderaf, maakt dat niet veel uit. En toen de maan die hard op het wateroppervlak scheen, en ondiepe plekken en wouden van zeewier -of het waren echt eilanden- zichtbaar maakte. En in het vliegtuig moeilijk liggen, zoveel mogelijk kussens verzamelen, turbulencio fasten your seatbelts, avondmaaltijd in de middle of nowhere van time én space. Toen ik me had bedacht dat ik nu eindelijk had gevonden wat de middle of nowhere was, realiseerde ik me dat deze dus een beetje klef was en uit e-nummers, stabilisatoren en emulgators bestond. En daar ook een beetje naar rook. Dat viel me wel een beetje tegen van zo´n groots en mysterieus begrip dat in nagenoeg in iedere context gebruikt kan worden.
