Ten slotte!

26 juli 2009, Santiago

 

Hoi allemaal,
het is alweer een tijd geleden dus de mail is weer huge, als je geen zin hebt om te lezen kan ik het komende week ook gewoon even komen vertellen!! jaja! Goed, ik was gebleven in sucre hah..

Na een dag in lekker en volslagen richtingloos in Sucre te hebben rond gewandeld, besloot ik naar Tarabuco te gaan, een klein dorpje in de buurt. In de micro (klein busje met veel spullen op het dak en vanbinnen volgeplakt met stickertjes) kwam ik drie Franse ontwikkelingsvrijwilligers tegen, die in Potosi in een kinderopvang werkten. We hingen wat rond in het dorp en reisden ´s avonds samen af naar Potosi, leuke stad is dat. De volgende dag ging ik mee naar hun project. De kinderen waren voor zover ik begreep de kinderen van mijnwerkers, die overdag niet op hun kroost kunnen letten omdat ze dan in een mijn met een grote bal cocabladeren in hun wangzak een fles pure alcohol staan te downen, om te kunnen vergeten dat ze dat aan het doen zijn.
De kinderen waren superlief. Ze pakken meteen je hand vast, laten je dingen zien, ze klimmen bij je op schoot en willen je naam weten, en als dan blijkt dat je nauwelijks Spaans spreekt, proberen ze je de dagen van de week te aan te leren en de namen van de dieren.
Met de oudere jongens voetbalden we, wat ze allemaal tamelijk vet vonden omdat de meisjes hier over het algemeen basketbal spelen. Voetballen op 4000 meter hoogte is echt een andere sport. Na twee minuten begin je te piepen en nog ietsje later constateer je met je handen op je knieen dat er een onnodig straaltje speeksel uit je mondhoek is gaan sijpelen, maar daarna heb je het ergste gehad en gaat het wel weer. Vooral als je graag wil demonstreren dat meisjes bést wel kunnen voetballen.
Het hostel van de fransen zat helaas al vol, dus daar crashte ik maar met een matje op de grond in een van de dorms, want uit een hostel dat ´the koala den´ heet, is het nou eenmaal moeilijk om te vertrekken.

In Uyuni heb ik me voor het eerst bij de hardcore toeristen geschikt; die met de telescopische camera´s en de lichtgewicht handdoekjes en de waterfilters die met een slangetje vanuit hun rugzak hun mond in voeren om zo elke onverhoopte oprisping van dehydratatie onmiddelijk de kop in te drukken. Ik nam een tour. Jawel, ik ben naar een touroffice gegaan, luisterde naar het aanbod, ik ging accoord en stond mijn geld af. En zo.. met z´n vijven in een Jeep, stop hier, foto´s taken daar, `amigo´s, we have 15 minutesss´, bezichtiging zouthotel, I couldn´t care less. Ik bedoel, de zoutvlaktes waren prachtig en surrealistisch en er was een bijna ongeloofwaardig eiland dat volgepakt was met 3 meter hoge cactussen ergens randomly in het midden van de vlakte, maar dit was toch duidelijk niet mijn stijl. Ik besloot de zelfde avond nog verder te reizen, de trein was helaas al uitverkocht.
Wat toen volgde, was een 10 uur durende busrit from hell. Het voelde alsof ik in een epileptische diepvries-Jeep zat die op houten wielen een gigantisch pindarotsje probeerde te bedwingen (Nee, ik voelde inderdaad al niet al te best toen ik instapte..) Als ik mijn hoofd tegen de stoel legde, was ik bang dat er van binnen allerlei cruciale verbindingen lostrilden. Om mijn voeten in te pakken met mijn wanten, muts en tas, had ik mijn schoenen vrijgelaten op de vloer, waarop die inderdaad hun eigen leven begonnen te leiden en vrijwel onmiddelijk allebei naar een ander uiteinde van de bus drilden. En ik maar denken dat de dingen langzamer trillen in de kou.. Om 6 uur ´s ochtends strompelde ik het eerste de beste hostel in Villazon in en toen ik niet veel later nog een beetje onvast in bed lag, had ik psychadelische en weinig fijnzinnige dromen over vanalles dat los zat. Eigenlijk gewoon een voortzetting van de busrit. Zelfs de dag erna had ik nog de grootste moeite om naar bewegende dingen te kijken, het zachte flikkeren van het computerscherm was al kantjeboord. In Villazon was verder weinig te beleven, eigenlijk was de enige functie van het stadje om de grens van het land te zijn.

Het noorden van Argentinie is verschrikkelijk mooi, de lonely planet zou er hoogstwaarschijnlijk iets 'stunning scerery'-achtigs van maken. De bergen zijn voorzien van aardlagen met alle kleuren van de regenboog en zien eruit alsof ze net uit de aardbol zijn gebroken, bijna knapperig. Een van de dorpjes in de omgeving is Purmamarca  (waarschijnlijk getipt in Argentie's Quote tweeduizend want er liepen echt heel veel ziedend rijke mensen rond). Met een paar mensen uit mijn aandoenlijke hostel, dat 8 bedden telde, zijn we na een uitgebreide jamsessie in het toilethuisje (goeie akoestiek!) de muziek in het dorp op gaan zoeken. En dat was er te over. Met panfluiten en minigitaartjes (-hoe heten die dingen ook al weer) enzo, heel erg tof. Van een local op leeftijd heb ik min of meer geleerd om op z´n locals te dansen. Het deed stiekem een  beetje denken een indianendansje wat je met alle liefde aan veertig klierende kleuters (met lollies die naadloos over gaan in snottebel) aan zou willen leren.. maar het is ook weer zo racistisch en niet cultureel-verantwoord om dat ook daadwerkelijk op te schrijven.
Met nog maar een week te gaan begon ik de druk van de terugkeerdatum steeds meer te voelen, en met te veel plannen en te weinig tijd ben ik maar een beetje roekeloos door het land gaan jakkeren. Het is zo zonde om op zulke fijne plaatsen als Purmamarca maar een nacht te kunnen blijven. Met tijdslimitien gaat en staat de vrijheid die je al reizende hebt gevonden. Ergens te kunnen blijven tot je een goed moment hebt gevonden om te gaan, en waar je heen gaat, dat hangt af weer van dat moment, en niet van een route die je hoe dan ook moet afleggen. Ook in Salta had ik met gemak veel en veel langer kunnen blijven dan de twee nachten die ik er doorbracht. Dat had misschien ook wat te maken met de twee Ieren uit mijn hostel, met wie het supergoed klikte en wat twee volle nachten dansen betekende. Toch raasde ik verder naar Buenos Aires, ook wel Porcina Ville, Matelandia. Er lopen daar echt belachelijk veel mooie mensen rond trouwens. De helft van een Bairese supermarkt bestaat uit alle mogelijke soorten Dulche de Leche en de andere helft uit dingen waarin het verwerkt is, en dan is er nog een aparte mate-sectie en een slagerij. En in alle straten staan hele hoge bomen, supernice. In Buenos Aires bleef ik trouwens logeren bij Lile, die ik een maand eerder in San Pedro de Atacama ontmoette. Zo een sympatieke gast is dat, het was echt goed om hem weer terug te zien. En lieve lezers, ik heb geen flu en ik hoef niet in quarantaine en ook niet naar het mortuarium, is dat niet fijn. Valt best mee hoor, met die griep.
Wel ben ik bijna overvallen, over gevaarlijke zaken gesproken. Bijna, want na een standaardprocedure van dreigen, aankijken zonder knipperen, herhaaldelijke verzoeken om 'money' in gebroken engels, op een vermeende gun in een vermeende binnenzak wijzen, een gemeen handgemeen, een lelijke duw en een greep naar mijn kraag, verzuimde ik alsnog mijn geld in te leveren. Ik had toch niet echt iets zinnigs bij me, maar ik voelde er niet zoveel voor om het te delen als het op zo'n manier moest. Dus heb ik de jongen, die niet veel ouder kon zijn dan ikzelf, hardhandig van me af geduwd en ben ik een zijstraat in gerend.
Maarfijn, na een opnieuw veel te korte tijd reisde ik van Buenos Aires terug naar Santiago. De host van de bus (ik kan hem niet anders noemen) was een beetje vreemd maar wel geinig; om te beginnnen liet hij de hele bus tegelijk ´buenos dias´ tegen hem zeggen, hij verlootte flessen sterke drank en kwam elk kwartier vragen of je thee wilde of misschien een bekertje pisco. Hij was een soort verknipte meester.

Allright, dit is zo het einde de allerlaatste e-mail, vanuit het hostel in Santiago waar ik ook aankwam. Het is juli en ik ben net terug van een hele dag snowboarden in de Andes, en dat vind ik best wel tof klinken ja. Het is wel koud hier, duidelijk kouder dan toen ik twee maanden gelden aankwam. Ik draag tegenwoordig bijna een complete alpaca ( de zuidamerikaanse interpretatie van een schaap). Pink Floyd is echt mijn hele reis overal op blijven duiken. En morgen neem ik het vliegtuig ... naar huis.

Hasta la pasta!



ps1 pasta betekent ´crack´ in chili.. misschien moeten we de vpro even informeren.
ps2. een chileen schrijft ´kjakjakjakjakjakjakjaj!´ als hij op internet probeert uit te drukken dat hij lacht

Van La Paz naar Sucre

11 juli 2009 ofzo 
volgende keer zal ik wat beknopter proberen te schrijven maar ik wilde te veel vertellen.. Dus succes of skip ze! xx
Hola Folks, 
In Chili was het makkelijk om over de dingen te schrijven. Haha, hier doen ze dit, ze hebben dat, ze denken zo. Chili was de Zuid-Amerikaanse versie van Europa. Aangekomen in La Paz duizelt het me, en niet alleen van de hoogte. Ik weet niet wat ik op moet schrijven. Alles is zo... anders. Hoewel het nooit allesomvattend gaat worden, zal ik toch een poging doen om de stad te beschrijven.
Om te beginnen is heel La Paz één grote markt, hoog in de bergen, zodat je het gevoel hebt dat elke richting berg op is. Alle Boliviaanse vrouwen lopen in traditionele kleding, hebben dezelfde rokken, gouden tanden, hoeden, dezelfde draagdoeken en dezelfde kwastjes aan hun dezelfde vlechten hangen. Er ligt zo veel fruit en groeten en random levensmiddelen op de kleedjes op straat dat je je serieus afvraagt wie dat allemaal moet opeten voordat het bederft. Overal is eten te koop op straat, vaak iets dat uit een grote pan met kokende olie die op een enkel gaspitje staat wordt gevist en tussen een broodje wordt gestopt. Erg lekker trouwens. Alle vloeistoffen worden in boterhamzakjes verkocht, als het sap is, doen ze er gewoon een rietje in. Als je naar iets vraagt wat ze niet hebben, zeggen met welgemeend medeleven, aflopend in toonhoogte: aaaaaaaaaaaaah, noooooooooooooooooohh, no tiengooooo...... En als je dan uiteindelijk iets anders koopt en met een briefje van 50 (5 euro) wil betalen, zie je ze fysiek schrikken en gaan ze ongeveer 10 minuten zoeken naar wisselgeld of je krijgt in plaats daarvan een vingerpoppetje van een lama kado. Verder kan ik uit diepe menslievendheid aanraden om altijd wcpapier mee te nemen, wat hier knalroze is. En als je een warme douche wil nemen heb je een goede kans op een electrische schok als je de kraan open draait.
Er zijn bussen en taxies en alle mogelijke tussenvormen, met kinderen en volwassenen die onophoudelijk de bestemming roepen als een soort hypnotiserend mantra. De straat is een file met veel getoeter en weinig geduld. Overal staat Michael Jackson op tegenwoordig, maar dat zal in Nederland misschien niet heel anders zijn. Verder bestaat het straatbeeld uit mensen die voortdurend met vormeloze dingen aan het sjouwen zijn. Sjouwen is vermoedelijk de hoofdbezigheid van de Bolivianen. Kinderen beginnen al met het zeulen van hun broertjes en zusjes die op hun beurt weer een bescheiden zak met een vormeloze inhoud met zich mee dragen. Als ze niet sjouwen, slapen ze. Ze zijn natuurlijk erg moe van het gesjouw, en bovendien is het erg goed te combineren met het runnen van een winkel. Motto: ´als per se iets willen kopen, maken ze me wel wakker.´ En zo werkt het. 
Het verschil tussen een supermarkt en een toeristenshop is dat de supermakten nagenoeg lege kamertjes zijn, terwijl de toeristenshops zo volgepakt zijn dat je adem moet halen voordat je naar binnen gaat. En daar verkopen er twee soorten dingen: dingen van stof en dingen die geluk brengen. Onder dit laatste verstaan Bolivianen stukjes hout die je in de fik moet steken,  bonen, taartjes van plastic bloemetjes, gedroogde lama feutussen (mag vast niet mee in het vliegtuig), van alles met cocabladeren, poeders (waarschijnlijk gewoon zand), incabeeldjes in replica-style en flesjes met water en gekleurde dingetjes erin. De huizen zijn laag en vierkant en gemaakt van holle bakstenen, waarschijnlijk bedoeld om ooit gepleisterd te worden. De duurdere en modernere huizen zijn over het algemeen wel af, maar zien er totaal belachelijk uit: kleurig en koloniaal geverfd met rare vierkante ramen met ´moderne´ uitstulpingen en zuilen van blauw spiegelend glas in het midden.
Verder zijn de meeste Bolivianen niet de meest lieftallige wezens voor westerlingen. Nadat er eens baldadig een tomaat naar me werd gegooid, durfde ik met mijn onmiskenbare gringo-layout niet meer uit volle borst foto´s te nemen. Misschien hadden ze wel gelijk over dat foto´s nemen niet per se heel respectvol is, maar op mij kwam het toch over als een tamelijk haatdragend fenomeen. Make love, of naar smaak, make money, not war, ok?
Ok dan, tot zo ver de stad.
Mallory´s huis het doelwit van mijn couchsurfpraktijken in La Paz. Ze had haar huis open gesteld voor iedereen die maar langs wilde komen, met als resultaat dat er elke avond tussen de 5 en 20 couchsurfers door het hele huis verspreid lagen. Op de bank, grond, tapijt, matras, zelfs op de gang en in de keuken.. ik heb geleerd dat alles surfbaar is. Mallory zelf heb ik overigens nauwelijks gesproken. De Canadese Fran en de Argentijnse Dario die ik in  Mallory´s couchsquat plaza ontmoette, werden mijn nieuwe reismaatjes. Met twee anderen huurden we fietsen en reden we Death Road af naar Coroico, een route die dwars over de bergen snijdt met aan links een vertikale afgrond en rechts een vertikale rotswand, recht door de jungle.
Vanuit Coroico gingen Fran, Dario en ik naar een miniscuul dorpje in de buurt om door de bergen te struinen en in de watervallen (type drinkwater) te zwemmen. ´s Nachts sliepen we met z´n drieen in de eenpersoonstent van Dario. Met een tussenstop in La Paz vervolgden we onze weg naar Sorata, de plaats waar ´s werelds meest briljante hostel (Casa Reggae) zich bevindt.
De eerste dag in Sorata namen we met een paar andere hosteldudes een offroad-route naar een grot in de buurt, wat neer kwam op gewoon dwars door de wildernis banjeren en wachten tot (slash ´of´ ) je aankomt. De grotten waren helaas gesloten, dus besloot ik dat de beste optie was om dan maar over het hek te klimmen, waarop het hele hek, waar ik inmiddels in vast zat, meekwam. Hek stuk, broek stuk. Nadat de jongens mij hadden bevrijd en eerst nog rustig een sigaret hadden gerookt, zijn we snel gevlucht en liftten terug naar het dorp met een gruiswagen waar al een complete familie op zat.
Maargoed, zo kwam het dat ik op de dag van mijn verjaardag wakker werd met reggae in een hostel met puppies, twee apen en een aantal katten. Voor mijn verjaardag kreeg ik het Argentinie & Bolivia gedeelte uit Fran´s gringoguide, die nu overigens de kaft heeft gekregen van een freestyle copy van the Complete works of Shakespeare (ook mijn fototoestel is onderhanden genomen en gaat nu door voor een SuperFlash 1998 met spelfout). Verder een paar zelfgeknoopte armbandjes, een oorbel met een veer (in de roos!), duidelijk gevolg van het rondhangen met artesaniers (de people die die dingen maken dus). Na een geniaal ontbijt zijn we met z´n vijven (´Jujuy´, een volstrekt gestoorde Reiziger Zonder Geld, en Fedrico hadden zich bij ons aangesloten) richting Copacabana gelift, op een met karakteristieke vormeloze zakken volgepakte pickup, waar wederom al een familie op zat. Het laatste gedeelte op weg naar Copacabana moesten we toch een bus nemen, waar alleen maar toeristen in zaten, wat een contrast! In het extreem toeristische Copacabana aan het gigantische Titicaca-meer, hielden we alleen een tussenstop om taart te kopen en om de boot naar Isla del Sol te nemen, waar de zonnegod van de Inca´s is geboren. Wat ik overigens heel merkwaardig vind, want dat zou betekenen dat de aarde al bestond vóór de god die hem zou moeten scheppen. Nouja. Heel mooi eiland in iedergeval, we zijn er helemaal overheen gelopen en ´s avonds waren we kapot.
Na Isla del Sol splitsten onze wegen, namen we afscheid en nam ik de bus naar Sucre. En daar ben ik vanochtend heelhuids aangekomen.
liefs! x

anita gringita

30 juni 2009

Oke wild volk,
jullie hebben wel weer lang genoeg gewacht :)
Wat ik nu ga schrijven zou een beetje onsamenhangend over kunnen komen, met de reden dat het ook allemaal nogal onsamenhangend was. Ik zal het entoenentoenentoen-gehalte zo veel mogelijk proberen te maskeren met woorden als 'Vervolgens, in een compleet andere situatie..' of 'Hoewel het volgende er in het geheel niets mee te maken heeft, is het niet onbelangrijk om te vermelden dat..' of  '..maar dat had verder geen invloed op wat dan ook.'

Mijn tocht naar Bahia Inglesa had uiteindelijk toch het kustplaatsje Caldera als eindbestemming, waar ik met een tsjechische wandelvrouw met lange grijze vlechten een heel guesthuis deelde. Het was mooi, maar er was niet zoveel te beleven dus. Gelukkig kwam ik op straat een paar reizigers zonder geld tegen: de uruguese rasta Maoro en chileman Pelado (dat betekent kale. Ik noemde ze allebei rasta's), die hun tijd voornamelijk besteedden aan het imiteren van elkaars idiote spaanse accent, en een koppel wiens namen ik ben vergeten. Reizigers zonder geld vind ik over het algemeen tamelijk briljante mensen. Gewoon gaan, tent, liften, beetje geld verdienen met dingen verkopen, muziek maken, geen doel en geen deadline. Dus dat was toch nog heel gezellig.
Na twee dagen wilde ik alsnog een kijk nemen in Bahia Inglesa, en dus ging ik daar heen per collectivo (shared cab). En ik zag: een klein, duur, supertoeristisch, maar leeg dorp. Overigens met een kustlijn die meer leek op een dridimesionale ansichtkaart en dus absoluut het turen waard was. Dus dat deed ik. Turen. En na circa twee minuten turen en bedenken of ik hier wel wilde blijven, werd ik geadopteerd door een oude rasta met dreads van minstens een meter, die onder zijn jas uitkwamen als hij die aantrok. Hij sprak nauwelijks engels, maar dat hoeft ook niet per se als je tekst 'mi casa es su casa'  is en dat de betreffende casa dan een groot huis blijkt te zijn met de hele dag lang reggae en uitgebreid buitenverblijf voor als de zomer te warm is. Hij was zelf de hele dag aan het werk en kwam af en toe terug in zijn pauze om mij te voederen met personeelseten en om koppen thee voor me te zetten.
De volgende dag nam ik de bus naar Antofagasta, als tussenstop opweg naar San Pedro de Atacama. In de Tourbussen worden in alle vrede films over brandende auto's en stervende mensen vertoond, en zo hard dat de battle van ipod vs. blockbuster helaas tot gegarandeerd verlies leidt. Maargoed, daar aangekomen werd ik opgewacht door een Jorge, een zeer sympathieke rastadude, bij wie ik ging couchsurfen die avond (grote rastadichtheid ja..). In grote lijnen kwam dat neer op veel wiet en veel mate, wat trouwens echt een briljante combinatie is. Antofagasta bleek alleen een nogal stomme stad te zijn dus daar heb ik niet te veel energie aan besteed, en zo vervolgden we de weg samen naar San Pedro, want het toeval wilde namelijk graag dat hij precies op dezelfde dag een vakantie met twee vrienden in San Pedro had gepland. In de bus kwamen we Emily tegen, en hoewel Emily en ik in een ander hostel sliepen dan Jorge ('Forgito' in de volksmond, 'forge' betekent iets van 'to roll'), Cesar en Lile, zijn we de hele week lang met elkaar opgetrokken en samen hebben we een 4x4 car gehuurd (zo'n ding dat dwars door rivieren en over de rotsen kan rijden met een grote wolk zand achter je aan en waar je dan uiteindelijk toch intact weer uitkomt). In San Pedro is elk huis dat geen restaurant, hostel of souveniershop is, zeer zeker een touroffice. Wij hadden onze eigen tours, cruiseden dwars door de woestijn met echt de meest waanzinnige en surrealistische plekken, met llama's en alpaca's en geisers en zoutmeren met flamengo's. We reden en reden naar een mooie plek voor de zonsondergang en probeerden daarna snel de berg op te rijden om hem nog een keer te zien. En klassiek als het mag zijn, waren onze camera's leeg en onze rolletjes vol op de meest gestoord mooie plekken in de natuur.
En de verdere gang van zaken in San Pedro.. doorsnee hosteltaferelen waren vuur maken in de common room zonder buitendeur en meegalmen met reggaeklassiekers waarbij de helft van de woorden door 'ganja' werd vervangen om de niet-engelssprekenden enigszins tegemoet te komen, met in de ene hand een broodje spagetti en in de andere hand een pak wijn.
Ook Maoro, het urugweese rastavriendje die ik in Caldera had opgelopen, was inmiddels in San Pedro aangekomen, maar op een of andere manier is het vreemd om mensen terug te zien in een andere omgeving, ookal was het zo kort geleden. Dat was dus een paar dagen heel vreemd. En na ongeveer twee uur lang ruziemaken over de vraag in hoeverre ik een decadente toerist was, begon het allemaal een beetje zinloos te worden en hebben we maar weer vrede gesloten, een tentje opgezet in een verlaten huis aan de rand van het dorp met een vuur voor de deur en een kaarsje in de vensterbank.
Dat was mijn laatste dag in San Pedro, ik wilde namelijk graag verder naar Uyuni in Bolivia. De bus zou vroeg in de ochtend vanuit Calama vertrekken, dus ik ging 's avonds alvast daarheen om een kaartje te kopen en een hostel te zoeken voor de nacht. Maarrrr. Bij de busterminal bleken er helemaal geen bussen naar Bolivia te gaan. Na veel onhandig gedoe met een bizarre mix van uiteenlopende talen kwam ik er achter dat er een andere buscompany was met bussen naar Bolivia. Collectivo, en daarheen. Maar ook daar geen bussen naar Uyuni.. alleen een bus naar La Paz die over een minuut zou vertrekken en precies zoveel kostte als het geld dat ik bij me had.
Dus, lieve jongens en meisjes, de groeten uit La Paz voor nu, ik ben een beetje high van de height, maar het is hier heerlijk druk, kleurrijk, etnisch, chaotisch. En precies wat ik zoek.
Take care,
veel liefs,

Hannah
(....cq. anita gringita, cq. hannah ma[n~]ana, cq. la gata lucida)

ps. Ik besef me nu dat jullie na deze mail, van de mensen die ik tegenkwam voornamelijk de hairdo weten..
ps2. MICHAEL JACKSON???? what happenend?! hij had mysterieus moeten verdwijnen en er hadden conspiracy theoried gevormd moeten worden en er had een harde kern moeten zijn die hardnekkig zou blijven beweren dat he still alive was of anders iets met een overdose!!!!! WAT een teleurstelling..

the Floydians

18 juni 2009
 
Hallo lieve hollanders!
Previous on Bevindingen van het Andere Halfrond:
 .. nee geintje haha
 
Bueno.
Tegen de tijd dat we de Plek met de Pinguins hadden bereikt -ze waren namelijk nogal gesteld op êên specifieke rots en hadden een minor interest om die te verlaten, dus hebben we de hele dag over de rotsen geklommen om er te komen, aldaar bleek er ook gewoon een weg te zijn- ging de zon al onder en waren de pinguins ongeveer even existo als mijn telefoonchip: met een beetje fantasie best te doen, maar dan heb je er alsnog niet echt wat aan.
Maarfijn, het was totaal de moeite waard want het was echt een gruwelijke trip, zo met z`n drieen.
Die avond zijn Dan en ik met een overnightbus verder naar La Serena en Coquimbo gereisd, daar random dingen bekeken en gefrisbeed op het strand en dergelijke zomerse zaken. De eerste nacht hebben we bij de vriendin van een andere Pink Floyd liefhebber gelogeerd, en dat is ongeveer hoe ik midden in het chileense Pink Floyd circuit belandde. Het vormt een onzichtbaar netwerk van mensen over heel Chili die de zelfde passie delen. Dan noemt ze ´the Floydians´, wat ik altijd een beetje onheilspellend vind klinken.
De afgelopen dagen hebben we rondgezworven in Valle de Elqui, nu eens met de pick-up truck van een floydiaan, dan eens liftend of lopend van het ene dorp naar het andere. We maakten vuurtjes van eucalypushout (aanrader papa!), we kwamen vast te zitten in een massale mariaverering en klopten aan bij het huis van een broer van een vriend van Dan waar er stukken nearly verkoolde geit op de barbecue lagen en veel te vrolijke chileense smartlappen uit de gitaren rolden en spacecactussen werden gekweekt, we keken naar de sterren tot het echt veel te koud was. Steeds in het gezelschap van Dan en een af en wisselend groepje vrienden.
De vallei ligt overigens precies aan de andere kant van de wereld ten opzichte van de Himalayas en is dus een magnetische pool. En omdat er veel kwarts in de grond zit, zou je er allerlei energie en dergelijk positiefs van krijgen  (..ik ga er voor het gemak maar vanuit dat dat met uitzondering van sero-positiviteit is). Niemand weet in hoeverre dat allemaal waar is, maar in de vallei, tussen de uitgedroogde bergen, stroomt een riviertje waar omheen de ene oase na de andere explodeert. Figuurlijk dan he. Niet met boobytraps enzo. Dat was echt zeer prachtig. Iets verder landinwaards is er een groot stuwmeer met een ondergelopen dorpje op de bodem. Met mijn maarsseveen-standaards vond ik het goed zwembaar, maar voor Dan was het way te koud.
 
Dan is een grappige, superaardige en zeer omvangrijke gast, goed gezelschap voor op reis. Daarbij spreekt hij goed engels. De meeste van zijn zinnen beginnen met `Do you want me to..`, of: `Let me just..`, maar na een tijdje begon het wel een beetje vermoeiend te worden dat er steeds een hand voor de zon werd gehouden als die in mijn ogen scheen en ik voortdurend het grootste stuk brood kreeg en op het minst hobbelige deel van de weg liep. Toen ben ik maar gewoon uit gaan leggen dat ik best mijn eigen tas kon dragen en inderdaad capabel genoeg was om niet direct als een baksteen naar de bodem te zinken, dus dat hij echt niet perse near hoefde te stayen in case anything would happen.
De meeste van zijn zinnen eindigden overigens met `..that was a Pink Floyd reference actually.`
Toen hij vanochtend terug naar Valparaiso ging lag ik nog half ik coma en zei hij nog iets met ´ray of light that came into my life´, ja, sure, capito, doei, en verder, verder, verder.
 
Op dit moment logeer ik bij de familie van Polo, een andere dude uit het netwerk, die het klaarspeelt om heel grappig te zijn met de weinig woorden engels waarover hij beschikt. Ik heb net avond gegeten met een groot deel van zijn familie (´no speak inglès´) compleet met zelfgebakken brood en avocado´s uit de verder geheel cementen tuin.
Zo heb ik afgelopen tijd bij 5 verschillende chilenen thuis geslapen. Morgen vervolg ik mijn weg naar Bahia Inglesa.
 
Nog een kleine noot voor het slapengaan: Chilenen dragen echt truien met ingebreide lama´s. En ze nemen de telefoon op met: ´alo? ola!´ ..en dat is heel grappig ja.
 
Tot over n tijdje en heel veel liefs!!
x Hannah

Valpara(d)iso

 

12 juni 2009

Hola chêre gente buenas juntas!

Esto es el tiempo mas alto para enviar uno mensaje nuevo de Chile!
Tot zo ver de andere taal. Ik ga maar gewoon verder met waar ik gebleven was. Jullie hoeven natuurlijk niet alles te lezen, je kan ook even mama bellen om naar de hoogtepunten te informeren.
Santiago is een miljoenenstad en kent een heel groot verschil tussen arm en rijk, van sloppen aan het ene uiteinde van de metrolijn tot de meest idiote villa´s aan de andere kant ervan. Alleen de straathonden worden er niet mooier of actiever op, en ook niet intelligenter. In de stad zelf heb ik weinig bijzonders gedaan; hoofdzakelijk ben ik urenlang bezig geweest om mijn zwak-existente Spaans tegen onschuldige straatverkopers aan te botvieren. Dat was leuk. En ook heb ik veel rondgelopen, geslapen op de verkeerde tijdstippen en gekookt met de hostelstaff op de verkeerde tijdstippen.

De dag voordat ik uit Santiago vertrok had ik afgesproken met Iris, een heel tof meisje dat in Santiago studeert en tevens de oude oppas is van mijn oppaskindertjes, die nu helaas weer een nieuwe moeten omdat al hun oppassen voortdurend maar naar zuidamerika vertrekken. Met haar vriend en nog wat vrienden zijn we naar een hele mooie plek buiten Santiago gereden om te barbecuen en te voetballen tussen de cactussen tot de zon onderging. En als de zon weg is, wordt het koud. Een ander soort koud dan in Nederland, kou die om je botten slaat, elke minuut intenser. En de kou had ook het hostel in zijn greep. Kennelijk hechten chilenen veel waarde aan de onbedoelde ventilatiegaten overal, en houden ze met liefde intstand.. het hostel was lek. En het hostel was al jaren lek en het was er al jaren ijskoud in de winter. Maar het was er wel heel fijn en sfeervol.
Daarna ben ik met de bus naar Valparaiso gereden en sindsdien couchsurf ik bij Dan, een superaardige natieveling die zijn bed onder hevig doch zinloos protest van mijn kant heeft afgestaan en nu zelf op de bank slaapt. Ook Ara, armeense vegimiteverslaafde Australier die vroeger een saxofoon wilde worden als hij later groot was en al chiropraktiserend mijn rug bijna doormidden brak, logeert hier al een paar dagen. Het is dus heel gezellig, het huis valt bijna uitelkaar en er is geen enkel raam dat dicht kan en geen enkele trede die even groot is als een andere, maar er staat nonstop pink floyd op (Dan`s obsessie, en dat is inclusief al die totaal verleipte experimentele albums) en er is zelfgemaakte pizza en het chileense elftal dat zowel tegen de bolivianen als tegen de hollanders heeft gewonnen (godzijdank ook dat laatste, anders had ik die nacht op de bank buiten moeten slapen en die zou in Nederland doorgaan onder de term ´springveer´). Eergister ben ik met Dan naar Quintay gebust, dat ligt ook aan de oceaan. Voeger werden de walvissen die gevangen waren daar binnengesleept en verder ´geprocessed´, dus vroeger zag de hele baai rood van het bloed. Er hing daardoor een hele vreemde sfeer, maar het was wel heel tof om in een niet-toeristisch dorp te zijn en over de rotsen te klimmen. Ook een niet te versmaden zonsondergang trouwens.

Er zijn een paar dingen die ik nog absoluut moet vertellen over Valparaiso. Ten eerste dat er wordt gereden als gekken. Nee maar gewoon echt gestoord, ook rustig zonder gordel enzo. Dat geldt ook voor de bussen. Die worden niet door de company betaald maar rechtstreeks door de passagiers, dus die scheuren elkaar voorbij om als eerste bij de bushalte te zijn en de passagiers weg te kapen vóór de ander dat doet... althans, dat was een keer zo. Wat wel leuk is, is dat elke busdriver zijn eigen bus heeft en er zij eigen plek van maakt, met stickers van de heilige maagd maria en van de tazmanian devil en wat plastic bloemetjes. Snachts schijnt er een hardrockbus rond te rijden die van blacklight en keiharde rockklassiekers is voorzien.
De stad zelf is echt prachtig, die bestaat voornamelijk uit verf en golfplaat (en honden). Alles is tegen de heuvels opgebouwd dus de stad barst van de miniscule trappetjes met planten, katten, overvliegdende pelikanen, uitzicht over el pacifico en de meest waanzinnige graffities. Ik was vergeten dat er in zuid-amerika ook creatieve en opstandige mensen kunnen wonen. Echt alles is beschilderd en niets doet het zoals het ooit bedoeld was, dit hele land steekt in elkaar met provisorische oplossingen, wat ik natuurlijk heel heerlijk vind. Alles begint ook pas om een uur of 2, half 3, wat fijn is maar ook wel weer jammer omdat het om 6 uur echt al donker wordt.
Omdat sommige straten zo stijl zijn, zijn er liften en karretjes die je de berg op rijden. Verder is het ook zo dat niemand hier te schuw is om een beetje geld te verdienen, met wat dan ook. Zo is er een clown die de bus instapt en (naar smaak vieze of beledigende) grappen komt vertellen, in hoog tempo de bus rondgaat met zijn hand op, en dan weer verdijnt alsof er niets gebeurd is. Ookal is hij echt disturbing gekleed. Er is een ventje die  op een been rond springt met een trommel op zijn rug,  bekkens aan zijn voeten en een fluitje in zijn mond, en klikt alsof hij een twintigkoppige sambaband is. Er zijn jongleurs bij de stoplichten, er zijn oude mannetjes die circa 13 chocladerepen uit de DDR verkopen, er zijn kraampjes met cijfersloten en knieverbanden en verkleurde lollies. Dat maakt het zo levend hier.

Morgen gaan we met z´n drieen naar Zapallar (daar zijn pinguins!) en morgenavond ga ik met Dan met de bus naar La Serena en vanaf dan weer alleen verder naar het noorden. Misschien ga ik toch ook nog naar Peru, kijken of ik daar weer kan couchsurfen want dat is gewoon superchill.
Ik ga ook even kijken of ik een site ofzo kan maken voor de foto´s die ik heb gemaakt!
 
Maargoed. Kortom; vooralsnog ben ik niet gevangen, vastgebonden en/of verhandeld.
Heel veel liefs!!
x Hannah

Het eerste bericht uit chillie

 

Hola peoples,

 5 juni 2009

Hierbij het eerste bericht uit chili, om even door te geven dat ik in minstens nog leef enzo.

Mijn vliegtuig is dus in iedergeval buiten duigen gebleven. Sterker nog, het vliegen was echt heel erg vet. Door de wolken, over de wolken en vanzelf is er een nieuwe horizon die uit nog meer wolken en watdanook-sfeer bestaat, compleet met permanente avondzon. En het vliegtuig dook naar beneden de nacht in en de horizon werd Madrid. Voor zover mijn Spaans toereikend was moest het buiten 36 graden zijn, maar achteraf bedenk ik me dat dat misschien maar 26 had kunnen zijn, of gewoon iets totaal anders. Dit laatste is een korte en alles omvattende anekdote over het het welbevinden van mijn spaans: uitstekend, want het kan voortdurend alle kanten op. Hoe warm het dan ook buiten geweest mag zijn, ik bleef binnen in het koele en toekomstverantwoorde vliegveld om het volgende vliegtuig in te stappen. En daar was alleen maar nacht, de hele vlucht lang. Even van halfrond wisselen maar in het totale donker, van bovenaf en van onderaf, maakt dat niet veel uit. En toen de maan die hard op het wateroppervlak scheen, en ondiepe plekken en wouden van zeewier -of het waren echt eilanden- zichtbaar maakte. En in het vliegtuig moeilijk liggen, zoveel mogelijk kussens verzamelen, turbulencio fasten your seatbelts, avondmaaltijd in de middle of nowhere van time én space. Toen ik me had bedacht dat ik nu eindelijk had gevonden wat de middle of nowhere was, realiseerde ik me dat deze dus een beetje klef was en uit e-nummers, stabilisatoren en emulgators bestond. En daar ook een beetje naar rook. Dat viel me wel een beetje tegen van zo´n groots en mysterieus begrip dat in nagenoeg in iedere context gebruikt kan worden.

Vlak voor we landden vlogen we over de brede en naakte Andes, die vanuit de lucht een beetje deed denken aan de vingertoppen van iemand die te lang in bad heeft gelegen. De andes is echt alleen maar aarde, grond die zijn eigen weg heeft gezocht. Maar heel erg mooi.
En hier korte sfeerimpressie van Santiago; het is nu ochtend en ik leef duidelijk nog in de verkeerde tijdzone, maar verder: Koude wind en felle zon, palmbomen en dorre blaadjes, borstelige honden op cruciale verkeersknooppunten die het weinig uitmaakt of ze worden wakkergeschopt en met welke intentie, gammele kraampjes met vreemde snoepjes, gratis proefmonsters en brandend afval,  kleurige gebouwen met bovengemiddeld veel hekken op bovengemiddeld onnodige plekken, extreem hard fluitende ventjes op driewielfietsen die winkeltjes met ongekende bergen sinaasappels tomaten uien aardappels citroenen kattebrokjes en niet te definieren hompen vlees komen overbevoorraden. En spaans.. pfiew. Flinke.. uitdaging. Ik heb wel ontdekt dat mijn frans eigenlijk best oke is. Misschien neem ik een spoedkursus.
Ik heb trouwens gister een chileense sim gekocht maar hij doet nog niet zo chill, ik probeer papa wel maandag op zijn werk te bellen want dat is het enige nummer waarbij hij niet iets met ´non-existo´zegt.
Lieven, ik hou jullie op de hoogte! Pas op jezelf he.
Tot snel en abrazzos (...geen idee hoor) de chilli,
x Hannah